Cynisch
Definitie van Van Dale
cynisch
cy·nisch
/sinis/
bijv. naamw.
(1766) <Lat. cynicus (uit de Cynische school, Cynisch wijsgeer) <Gr. kunikos (maar ook: honds), de naam komt van de school waar werd gedoceerd ( Kunosarges), en het samenvallen met het element honds is een taalkundige toevalligheid, die echter wel aangegrepen is om de onbeschaamde opvattingen en manier van leven der Cynici te hekelen
1
·
behorend tot, zich aansluitend bij de wijsgerige leer van Antisthenes
2
·
(bij uitbreiding) schaamteloos ongevoelig, een stuitend of pijnlijk ongeloof in het goede aan de dag leggend, niet gelovend aan oprechtheid of goede bedoelingen van de mensen en dit met spottende lach of op scherpe, sarcastische wijze latende blijken
een cynisch oordeel
cynisch lachen
cynische opmerkingen
Met:
Bijdragen
Reacties
Daan
Tim