Voetnoot I
Auteur: Rogier Brom
I In je tekst laat je weten dat jij denkt dat kunstenaars kunnen bijdragen aan de discussie binnen een stad door hun autonoom, onafhankelijke en vrije blik over de stad te laten gaan. Er zouden op deze manier ‘frisse perspectieven op wat men al denkt te kennen’ ontstaan. Ga je er daarbij vanuit dat er een soort homogeen beeld van een stad bestaat? Volgens mij is jouw beeld op zo een discussie voor meerdere interpretaties vatbaar, ik zou er graag twee uit willen lichten met de vraag wat jouw visie daarop is.
In de eerste plaats kan ik me voorstellen dat kunstenaars zich kunnen mengen in het proces waarmee dingen naar buiten worden gebracht vanuit cultureel beleid. Met een groot beeldend vermogen weten kunstenaars wellicht een nieuwe manier te vinden waarop ideeën die in een stad leven naar buiten gebracht kunnen worden. Op die manier zou je ze kunnen zien als zogeheten gatekeepers, de personen die bepalen wat er in een systeem terecht komt en wat er uit gaat. Kunstenaars zouden dan medezeggenschap hebben over welke beleidsplannen uitgevoerd worden. Dit lijkt me een interessante insteek omdat over het algemeen kunstenaars in het tonen van hun werk juist onderhevig zijn aan gatekeepers in de vorm van conservatoren, galeriehouders etc.. In deze opvatting kunnen de kunstenaars dus een andere rol aannemen en vanuit hun eigen praktijk bediscussiëren welke aspecten in de discussie over een stad als Utrecht wortels kunnen vinden in de actieve culturele sector. Ook kan er op deze manier naar nieuwe verbanden gezocht worden binnen de netwerken die op het culturele veld al aanwezig zijn.
Een andere interpretatie zou kunnen zijn dat kunstenaars juist binnen het culturele netwerk van een stad extra gestimuleerd worden om eigen werk te maken dat aansluit bij de thematiek van een stad. Op deze manier betrekken de kunstenaars zowel zichzelf als de toeschouwer bij aspecten die zij in de stad tegenkomen. Dit biedt de potentie om een vinger op een zere plek te leggen en zo discussie los te krijgen. Dit zou ook als een discussie gezien kunnen worden, maar dan een discussie op een heel openbare en actieve manier. Het is daarvoor wel zaak dat er door de betrokken partijen verantwoordelijkheid wordt genomen én gegeven. Misschien is het wat pessimistisch gedacht maar ik voorzie daarbij problemen. De ‘opdrachtgevers’ (overheden, culturele instellingen en andere faciliterende partijen) zullen waarschijnlijk hun uitgangspunten binnen het stramien waarin gewerkt kan worden hoog willen houden en van de kunstenaars kan op hun beurt verwacht worden dat ze hun onafhankelijkheid en visie niet in willen laten perken. Hoe houdt je de discussie in zoverre vruchtbaar en flexibel dat de creativiteit in een systeem opgenomen wordt zonder ten onder te gaan aan regulatie van bovenaf?
Herken jij de discussie waarover je schrijft in een van deze interpretaties, of had je er juist een totaal ander beeld bij?
-
hetishierfantastischregenachtig.jpg-
Twee reacties van de groep kunstenaars die het Stationsgebied onderzocht, naar aanleiding van het project Stationsgebied Utrecht 2030. Waarom zijn architectuurontwerpen altijd zo positief en laten ze niet zien hoe de plekken er met regen uitzien of hoe de schaduwen van de grote gebouwen de andere gebouwen overschaduwen?
Met:
Bijdragen
Reacties (2)
Reacties (2)
Rogier
Jochem
Jochem Naafs: Reactie op Voetnoot i
Nee, ik ga niet uit van één homogeen beeld van de stad. Ik denk eerder dat kunstenaars in staat zijn om als het ware een subjectief perspectief door elkaar te schudden. Dat een inwoner of bezoeker van Utrecht door de stad loopt en geconfronteerd wordt op zo een manier dat hij denkt, ‘zo kende ik Utrecht niet’. In principe kan je beeld van Utrecht altijd en door iedereen veranderd worden, maar ik denk dat kunstenaars hier bij uitstek goed in zijn.
Ik begrijp niet helemaal wat je met je eerste interpretatie bedoelt. Je hebt het eerst over dingen naar buiten brengen en vervolgens over het bepalen wat er in het systeem komt. Ik moet denken aan het voorstel van de Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels die juist stelt dat er politici actief zouden moeten zijn in het systeem van kunstsubsidies als, wat zij noemt, een kunstschouw. Juist om te voorkomen dat kunst te incestueus wordt. Nu ben ik het daar niet per se mee eens, maar het voorkomen van belangenverstrengeling is natuurlijk wel een goed streven. Voor mijn gevoel zien kunstenaars vaak zelf minder kunst dan de traditionele gatekeepers die jij noemt. Natuurlijk is een dialoog over het kunstbeleid met kunstenaars positief en kunnen ze “nieuwe manier […] vinden waarop ideeën die in een stad leven naar buiten gebracht kunnen worden”, maar of ze de personen zouden moeten worden “die bepalen wat er in een systeem terecht komt en wat er uit gaat”, vraag ik me af. Als je doelt op deze dialoog, dan kan ik me er wel in vinden, hoewel ik me afvraag in hoeverre de kunstenaars zelf geïnteresseerd zijn in een dergelijke functie.
Toen ik de volgende alinea begon te lezen werd ik enthousiaster. Ja, ik denk dat kunstenaars gestimuleerd mogen worden om na te denken over de stad Utrecht. Mits ze daarin de vrijheid krijgen om met deze stimulans om te gaan op een manier die bij hun werkwijze aansluit. Dat sluit wat mij betreft aan bij punt 1 en 4 uit mijn tekst, die wat mij betreft het meest interessant zijn voor de toekomst van Nieuwe Grond. Het stimuleren van kunstenaars om aan de slag te gaan met Utrecht, in Utrecht, om werk te maken over Utrecht voor Utrecht in brede zin kan door de ‘opdrachtgevers’ op verschillende manieren gedaan worden. Kunstenaars kunnen uitgedaagd worden, ze kunnen de ruimte krijgen om een discussie aan te gaan, ze kunnen opdrachten krijgen of juist voorstellen mogen doen. Dit vergt inderdaad, en nu kom ik bij je pessimistische kant, een inspanning van beide kanten. ‘Opdrachtgevers’ moeten concessies durven doen, vrijheid durven geven, terwijl kunstenaars binnen bepaalde kaders moeten durven werken en assertief durven zijn. Ik denk dat als men openstaat voor dialoog, over inhoud én vorm, dat dit mogelijk moet zijn.
Rogier Brom: Reactie op reactie voetnoot i
Om terug te komen op de eerste interpretatie die ik hierboven schets, bedoel ik niet helemaal wat jij er uit gehaald hebt. Je gaat er bij de situatie die je schetst vanuit dat de rol van gatekeeper die ik de kunstenaars toebedeel van toepassing is op het actieve kunstenveld. Dat is niet wat ik bedoel. Wat mij juist interessant lijkt is om kunstenaars aan de poorten van het beleid aangaande de kunt- en cultuursector te zetten. Zij bepalen dus niet welke kunstenaar subsidie zou krijgen, maar denken mee over welke initiatieven een positieve stimulans op zouden kunnen leveren voor de overkoepelende culturele situatie in een stad.
Natuurlijk is het daarbij zaak om kunstenaars in te zetten die een beetje afstand kunnen nemen van hun eigen praktijk en ook een globaal beeld hebben van wat er aan aanbod is. Dit is iets waarop je kunt selecteren. Wat echter de toegevoegde waarde kan zijn van deze positionering van kunstenaars is het delen van verantwoordelijkheden. In deze situatie heb je niet beleidsmakers die een klimaat moeten scheppen waarin de kunst gedijt en de kunstenaars die hiervan gebruik moeten maken. Wat er dan namelijk gebeurt, is dat wanneer een van beide kanten niet goed functioneert, twee groepen als het ware tegenover elkaar komen te staan. Met kunstenaars aan de basis van dit klimaat, kan misschien een betere dialoog beginnen. Een dialoog die nu eens niet gaat over wat er mis is, maar over wat er aan mogelijkheden voorhanden is.
De vraag of kunstenaars in een dergelijke functie geïnteresseerd zijn speelt natuurlijk ook een rol. Het is inderdaad maar de vraag of die wisseling van functie wel constructief zal blijken. Dat een beleidsmaker uit de kunst- en cultuursector goede kunst maakt is immers ook geen vanzelfsprekendheid. Het zou de beleidsmaker echter wel een beter inzicht kunnen geven in de kunstpraktijk en de mogelijkheden van die praktijk. Wanneer je dat de andere kant op redeneert, zou de kunstenaar ook iets kunnen leren van de praktijk van de beleidsmaker. Misschien dat het niet zinvol is om dit in een vast dienstverband te doen, maar een projectmatige betrokkenheid kan in mijn ogen een zeer positieve uitwerking hebben op het culturele klimaat in een stad.