Verbeelding
een andere wereld concreet gemaakt door Lotte van den Berg
In het Westen zijn we geneigd te denken dat het werkelijke en het onwerkelijke onverenigbaar zijn. Het onderscheid tussen realiteit en verbeelding is snel gemaakt. Op een pindaschil kan je niet vliegen en heksen bestaan niet. Maar sinds wanneer is fantasie geen werkelijkheid? Is het onderscheid tussen dat wat is en niet is wel zo makkelijk te maken? Wordt niet alles wat we ons verbeelden deel van de werkelijkheid waarin we leven? Je kan zeggen dat geloof en religie bestaan om het leven hanteerbaar te maken. Je kan zeggen dat we illusies creëren om het leven dragelijk te maken. Maar gaan we dan niet voorbij aan de impact die deze beelden hebben op het leven zelf? Zijn de zichtbare en onzichtbare wereld niet eigenlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden? Wat was er eerder, de idee of het ding, de droom of de werkelijkheid?
Er is een film over een man in een rolstoel die in het virtuele spel Second Life uit dansen gaat. Zittend achter zijn computer stelt hij zich voor te dansen. ‘Nog nooit heb ik zo heerlijk gedanst’, zegt hij stralend. Iedereen zal het er over eens zijn dat deze man niet heeft gedanst en toch heeft hij gedanst. Toen ik over een net nieuw aangelegde snelweg bij Groningen reed zei de tomtom dat ik door een weiland reed. Thuis gekomen had ik het avontuurlijke gevoel werkelijk over een karrenspoor door het gras te zijn gereden. Wat is echt en wat niet? Noem mij iets wat niet werkelijk is. Het zou niet bestaan.
Wat is de waarde van verbeelding? En hoe noodzakelijk is het je een andere wereld, een andere werkelijkheid, voor te kunnen stellen? Steeds vaker bekruipt me het gevoel dat de verbeelding van levensbelang is. Als je wilt overleven is er de behoefte aan nieuwe horizon. Om vooruit te kijken heb je dromen nodig. Zonder verbeeldingskracht slaag je er niet in ook maar een klein stukje dichter bij de ander te komen. De verbeelding is een motor. De tweede wereld een mogelijkheid.
Ik zelf heb een groot geloof in de werkelijkheid. Ik voel me gesteund door de geluiden die me omringen, de dingen die ik kan zien en aanraken. De tastbare omgeving geeft me houvast. Toch is het zo dat alles om mij heen ook juist dat toont wat je niet ziet. De kale boomtakken, zacht bewegend, tonen de wind. Het tikken van mijn vingers op het toetsenbord van mijn computer maakt de stilte hoorbaar. Ik houd van de dingen omdat ze verwijzen naar de lege ruimte die ze achterlaten. Ik houd van het tastbare, omdat het een ontastbare wereld voelbaar maakt.
Bijdragen
Reacties
Bart