Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Playwork: Teresa van Twuijver 1

De bonuskaart van Hans Aarsman

relativering als autonomie

Amsterdam, 17 mei 2010 – Gistermiddag was ik in De Balie, alwaar de Zuidafrikaanse schrijver J.M. Coetzee zijn 70ste verjaardag vierde met een driedaags evenement vol debatten, lezingen, voorstellingen en discussies. Het slotdebat ging over engagement van de kunstenaar. 'Dispassie' was het sleutelwoord: wél geëngageerd maar niet hemelstormend, wél betrokken maar niet op de barricades, wél politiek maar niet wereldverbeterend. 'Een gezonde dosis relativeringsvermogen maakt vaak dieper indruk dan een vlammend pamflet,' aldus panellid Hans Aarsman, die vervolgens betoogde dat de holocaust wellicht niet had plaatsgevonden wanneer Adolf Hitler een relativerende buurman had gehad.
De kunstenaar als relativerende buurman. Een fijn idee.
Voor relativering is een behoorlijke mate van autonoom denken vereist - denken dat zich loskoppelt van sociale wenselijkheid, conventies, tradities en politieke correctheid; van verwachtingen en gebaande paden, van het voorspelbare en het op tien vingers uit te rekenende. Autonomie heeft m.i. weinig te maken met welk medium een kunstenaar kiest - ook interactieve en proces-gebaseerde kunst kan autonoom zijn. Moet zelfs, in mijn visie, autonoom zijn. Afgelopen januari schreef ik daarom (die een hekel heeft aan manifesten) het No Manifesto, een cri de couer voor radicale autonomie, misschien met name in het veld van de 'interactive design-unstable media' kunsten, in welke richting ik studeer aan de Rietveld Academie en waar door sommige docenten 'autonoom' als een vies woord wordt uitgespuwd. (pric.wordpress.com/about/no-no-no/)
Na afloop van het Dispassie-debat, nadat J.M. Coetzee had voorgelezen uit eigen werk, maakten we een babbeltje met Hans Aarsman. Het gesprek ging over 'grote merken' als Apple Macintosh, over de onmogelijkheid je als mens te onttrekken aan alom aanwezige marketingfenomenen en 'global brands' en hoe stupide het is - eigenlijk - om het lichtgevende appeltje op je laptop af te plakken met een sticker alleen maar omdat je 'niet wilt meedoen' aan de merkengekte, terwijl dat appeltje dan juist nog meer aandacht krijgt, dwars door het transparante plastic heen. Men neme beter zilverkleurig gaffertape dan een esthetisch-oranje kleefkaart in de vorm van een Matisse-parkiet. Aarsman overhandigde mij hierop grijnzend zijn bonuskaart. 'Ruilen? Om de marketingafdeling van Albert Heijn te zieken...'
Autonomie begint bij relativering en humor (en zelfspot). De rest is propaganda.

Reacties (1)

bonus

daags na de sessie rond morele vragen voor de kunstenaar lees ik je citaat nog even na. Het grootste eerste deel heb je ook in het debat geslingerd. Interessante bijdrage aan de discussie 'de relativering versus de radicaliteit'. Ik had gisteren wel al het plaatje van de bonuskaart gezien, maar net niet tot het einde gelezen. Die bonuskaart bleef me bezig houden. Nu de plot wel gelezen en wat niet vaak gebeurt in mijn eentje achter de computer zitten lachen. Dank. B

,
18 mei 2010, 9:35
Reacties (1)